Tel.: 06 489 740 28
Top Afbeelding
home / weblog

Cognitieve gedragstherapie 14-02-2019 - 15:15


Last van depressieve klachten ?

Cognitieve gedragstherapie.
 
Cognitief verwijst naar alles wat er in je hoofd omgaat, denken dus.
Gedrag heeft betrekking op alles wat je doet.
 
Het uitgangspunt van deze therapie is: er is een koppeling tussen denken
en voelen. Met andere woorden: zoals je denkt, zo voel je je.
Het gaat er om, om de denkfouten die je maakt in kaart te brengen.
De meest voorkomende denkfouten zijn;
Doemdenken: bij een betrekkelijk onbelangrijke gebeurtenis, ga je allerlei rampzalige gedachtes bedenken. Je bedenkt dan dus het slechts mogelijke scenario.
Alles-of nietsdenken: óf de mensen vinden je aardig, óf de mensen vinden je niet aardig. Óf jou valt niets te verwijten, óf je bent schuldig. Óf iets is volmaakt, óf het is een totale mislukking.
Er is dus geen enkele ruimte voor een middenweg.
De toekomst voorspellen: koffiedik kijken dus. Denken over toekomstige gebeurtenissen, welke zeer waarschijnlijk nooit gaan plaatsvinden.
Gedachtelezen: denken te weten wat andere mensen denken, en dan natuurlijk
denken te weten wat andere mensen wel niet van jou zullen denken.
Emotioneel redeneren: gevoelens zijn géén feiten ! Er van uit gaan, dat je gevoelens het bewijs zijn dat dingen kloppen. Je vertrouwt dan te veel op je gevoelens en hebt de werkelijkheid uit oog verloren.
Overgeneraliseren: wanneer je denkt in termijn van ‘nooit’ of ‘altijd’.
Het loopt nooit zoals ik wil, het gaat ook altijd mis.
Etiketten opplakken: andere mensen voorzien van een etiket. Vaak heeft het niet eens betrekking op de gehele persoon, maar slechts op een gedragshandeling.
 
Zoals al eerder werd aangegeven bestaat er een koppeling tussen denken en
gevoel.
Die koppeling gaan we in kaart brengen.
Als eerste gaan we het negatieve gevoel dat je hebt opschrijven. Er zijn veel negatieve gevoelens, bijv. angst, depressief, drift, boosheid, jaloersheid, je gekwetst voelen, schaamte, schuldgevoel etc.
Als tweede gaan we de situatie welke jou dit gevoel heeft bezorgd opschrijven.
Als derde gaan we de gedachtes welke je had bij deze situatie opschrijven.
 
We gaan vervolgens de negatieve gedachte nu vangen in één van de bovengenoemde ‘netten’.
Dus: trek ik de meest ongunstige conclusie = doemdenken
Denk ik in zwart-wit  = alles of niets
Denk ik te weten wat er in de toekomst gaat gebeuren = toekomst voorspellen
Denk ik te weten wat andere mensen denken = gedachtelezen
Denk ik te veel aan mijn negatieve ( intuïtieve ) gevoelens = emotioneel redeneren
Denk ik in woorden als ‘altijd’ of ‘nooit’ = overgeneraliseren
Denk ik over mijzelf of een ander als een mislukkeling =  etiketteren
 
De volgende stap: ga je negatieve gedachte nauwkeuriger bekijken, ga je het volgende afvragen:
Kan ik bewijzen dat de gedachte 100% juist is ?
Zouden mensen wiens mening ik respecteer er ook zo over denken?
Is mijn gedachte volkomen logisch en zinvol ?
Is mijn gedachte star?
Denk ik wel realistisch of laat ik mij leiden door mijn gevoel ?
Wat zou mij nu door deze gedachte als het slechtste kunnen overkomen?
 
Als je nu je negatieve gedachte op bovenstaande wijze opnieuw hebt beoordeeld, wat blijft er dan nog van deze gedachte over ?
Hoogstwaarschijnlijk helemaal niets !
Probeer dan tenslotte te bedenken hoe je op een niet negatieve wijze óók met die situatie had kunnen omgaan.
Ik kan je hierbij helpen door allerlei situaties welke je inmiddels hebt opgeschreven met je door te nemen.